Mickje kwam uit het asiel en ze is geboren in het voorjaar van 1989

Voordat Willem en ik elkaar kenden, woonde Mickje al bij Willem. Hij kreeg haar van zijn 2 zussen, die haar uit het asiel hadden gehaald, toen hij op zichzelf ging wonen. Odie en Dopje woonden al bij mij en toen we in 1992 allemaal samen gingen wonen, hadden we dus 3 katten.

Klik hier voor meer foto's van Mickje.

Hoe geef ik mijn kat een pil ?

In het begin hadden Mickje en Dopje heel vaak ruzie en vlogen elkaar echt aan. Dan liet Mickje haar plas lopen, om Dopje af te schrikken. Dit gebeurde meestal 's nachts en omdat ik er genoeg van had om midden in de nacht door 2 krijsende katten wakker gemaakt te worden en dan naar beneden moest om de plas van Mickje op te ruimen (we hebben beneden gelukkig geen vloerbedekking), kwam ik op het idee om 's nachts beneden een lampje te laten branden. Ik had namelijk gelezen dat katten, in tegenstelling tot wat veel mensen denken, net als wij, niets zien als het helemaal donker is. En omdat Dopje zwart is, met alleen een witte borstvlek, dacht ik dat Mickje misschien Dopje niet zag als ze allebei 's nachts door de kamer liepen. Het lampje 's nachts heeft direct geholpen, want ik werd niet meer uit mijn slaap gehaald, Mickje en Dopje vochten bijna niet meer en Mickje liet niet meer haar plas lopen om Dopje te verjagen. Na meer dan 8 jaar, brandt dat lampje trouwens 's nachts nog steeds. Waarom zouden we het risico lopen ?

Ze is altijd de meest echte "kat" geweest, want ze was niet zo op mensen gericht als onze andere poezen en ging het liefst haar eigen gang.

Als Mickje water dronk, deed ze dat het liefst uit de kraan; uit een drinkbakje vond ze water maar niks.

Mickje heeft meerdere keren last van blaasgruis of blaasontsteking gehad. Dan liep ze om de paar minuten naar de kattenbak of nam niet eens meer de moeite om naar de bak te lopen en probeerde overal te plassen, waarbij er dan meestal maar een paar druppels (soms met bloed) uit kwamen. Dat ging gelukkig altijd snel over met een antibioticum van de dierenarts, maar om dat allemaal te voorkomen, kreeg ze de laatste jaren van haar leven altijd speciale brokjes (met urine-verzurende eigenschappen, te koop bij de dierenarts). Natuurlijk at ze ook mee van de brokjes voor de andere katten, want met meerder katten in huis is apart eten geven altijd moeilijk.
Mijn eerste echte kennismaking met Mickje was ook toen ze last had van blaasgruis. Ik kende Willem toen nog niet zo lang en Mickje was van hem. Willem moest met Mickje naar de dierenarts en ik bood aan om mee te gaan. Mickje zat in een rieten mand, die ik in de auto op schoot hield. Onderweg moest Mickje van angst plassen en dus had ik een natte broek.
Tegenwoordig hebben we kunstof reismandjes, die niet lekken. Meestal doen we er kattenbakkorrels in, want dekentjes werden ook wel eens onder gepoept.

Mickje vond Farah en Larena maar niets en zat het liefst in de tuin onder een struik. 's Avonds kreeg ze daarom extra aandacht van mij en ze mocht dan ook, als enige kat, mee naar boven als ik ging slapen. Daar stonden haar eigen brokjes en water en kreeg ze heel veel knuffels. Het gebeurde dan ook wel eens dat ik midden in de nacht wakker werd van haar, als ze op naast mijn hoofd op mijn kussen kwam liggen en luid begon te spinnen.

Toen Mickje in de herfst van 1999 in de tuin, zonder kattenren en met schutting, mocht rondstruinen, ving ze al gauw haar eerste muis. Die bracht ze levend naar binnen en liet hem los in de keuken, waar de muis dus snel achter een kast kroop. Die muis heeft 2 dagen rondgelopen en uiteindelijk konden wij hem pakken en weer buiten los laten. Waarschijnlijk heeft het beestje het toch niet gered, want Mickje kwam sindsdien vaker met een muis thuis. De eerste muizen leefden nog, maar later waren ze al dood voor Mickje ze naar binnen bracht of ze buiten op de deurmat legde. De laatste was zelfs half opgegeten !

Een haarbal heeft Mickje in 1999 eens zo dwars gezeten, dat ze bijna niet meer kon lopen. Haar staart hing recht naar beneden en als je alleen al naar haar keek, miauwde ze van de pijn. Een paar dagen een speciale pasta likken van de dierenarts, heeft Mickje van de haarbal afgeholpen.

In augustus 2000 wilde Mickje al een paar dagen niet eten en viel heel snel veel af. Ze is in die periode ongeveer 1,5 kilo afgevallen. De dierenarts kon niets ontdekken, maar zag wel dat Mickje bijna dood ging.
Uiteindelijk, na 4 dagen heen en weer naar de dierenarts, werd Mickje bij de dierenarts opgenomen en kreeg ze onder andere het middel Prednison toegediend. Dat hielp direct, want de volgende dag mocht ik haar weer mee naar huis nemen en ze was daarna niet meer ziek !

Sinds Peter vanaf 5 januari 2001 ook bij ons woonde, moest Mickje onze aandacht, de kattenbakken, haar tuin en haar huis ook nog delen met een beest waarvan ze niet wist wat ze er mee moest. Uiteindelijk waren ze wel snel aan elkaar gewend.
Sinds de komst van Peter, was Mickje wel weer Dopje gaan aanvallen en dat ging tot bloedens toe. Om die woede-aanvallen te onderdrukken kreeg Mickje homeopatische ignatia-korrels en die hielpen echt.
Tijdens een tijdelijke inzinking van Mickje, is er i
n juli 2001 ontdekt (we gingen eigenlijk alleen naar de dierenarts voor weer een blaasontsteking) dat Mickje een vergrote en slecht werkende schildklier had. Er is bloed afgenomen voor verder onderzoek en ze moest 2 x per dag schildkliermedicijnen (carbimazolum) en daardoor ook vochtafdrijvers (fusoral) slikken.
Van deze eerste soort medicijnen werd Mickje misselijk en daarom zijn we overgegaan op strumazol met harttabletten.

De komst van Femke, in november 2001, vond ze niets bijzonders en ze ging gewoon steeds haar eigen weg.

Tot ons grote verdriet hebben we Mickje op 14 december 2001 moeten laten inslapen. Volgens de dierenarts had Mickje's lichaam het opgegeven. Mickje werd ook misselijk van de strumazol, haar hartje kon het allemaal niet bijhouden, ze at en dronk niet meer, haar haar viel uit en ze had constant een vies oog.
Doordat ze niet meer at en dronk, viel ze in een paar dagen tijd heel veel af en nadat ze geen strumazol meer kreeg, wilde ze nog steeds niet eten en drinken en dwangvoeding accepteerde ze niet genoeg. Ze was op, ons arme Mickje, onze muizenvanger.